Home/Blog/Trouwen met uw partner van buiten de EU: waar begint u?
Trouwen met uw partner van buiten de EU: waar begint u?
HuwelijkGepubliceerd op · 7 min leestijd

Trouwen met uw partner van buiten de EU: waar begint u?

U hebt iemand leren kennen die niet in België woont. U wilt trouwen. Maar hoe pakt u dat aan als uw partner van buiten Europa komt? En waar trouwt u dan: hier of in het land van uw partner?

Dit zijn grote vragen, en het antwoord is niet voor iedereen hetzelfde. In dit artikel leest u:

  • de twee mogelijke wegen: trouwen in België of in het buitenland
  • welke stappen u per weg zet
  • waarom de regels anders zijn als u een Belg bent dan als u een EU-burger bent
  • wat er gebeurt na het huwelijk

We houden het rustig en in gewone taal. Stap voor stap.

Eerst dit: uw situatie bepaalt alles

Voor u iets doet, is er één vraag die de hele rest stuurt: wie bent u, de partner die al in België woont?

  • Bent u Belg en hebt u altijd in België gewoond? Dan gelden bepaalde regels.
  • Bent u burger van een ander EU-land (bijvoorbeeld Nederlander, Fransman, Pool) die in België woont? Dan gelden soepelere regels.

Dit verschil lijkt klein, maar het verandert welke documenten uw partner nodig heeft en zelfs welk visum mogelijk is. We komen er verderop op terug. Houd dit alvast in het achterhoofd.

Weg 1: trouwen in België

Wilt u dat uw partner naar België komt om hier te trouwen? Dan moet uw partner eerst een visum aanvragen. Hieronder de stappen.

Stap 1: de bijdrage betalen

Voor de aanvraag betaalt u een bijdrage (een "retributie"). Bij uw aanvraag voegt u het bewijs dat u betaald hebt, of het bewijs dat u niet hoeft te betalen.

  • Voegt u geen betalingsbewijs toe? Dan wordt uw aanvraag niet eens behandeld. U krijgt dan een weigering op vormgrond (een "bijlage 42").
  • Betaalde u maar een deel? Dan krijgt u 30 dagen de tijd om de rest te storten en dat te bewijzen (een "bijlage 43").

Tegen zo'n beslissing kunt u in beroep gaan, maar voorkomen is beter. Betaal dus correct en bewaar uw bewijs.

Stap 2: het visum aanvragen

Uw partner vraagt een visum voor lang verblijf aan (het "D-visum") bij de Belgische ambassade of het visumkantoor in zijn of haar land. Veel ambassades werken met een extern kantoor waar u een afspraak maakt. Kijk op de website van de juiste ambassade hoe dat precies loopt. De ambassade stuurt de aanvraag door naar de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) in België.

Stap 3: wachten op de beslissing

DVZ bekijkt het dossier. Hou er rekening mee dat er geen vaste einddatum is: er is geen wettelijke maximumtermijn waarbinnen ze moeten antwoorden. Het kan dus even duren.

  • Zegt DVZ ja? Dan krijgt uw partner een visum in het paspoort, met een vermelding dat het gaat om een verblijf van zes maanden om in België te trouwen.
  • Zegt DVZ nee? Dan kunt u tegen die weigering in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Stap 4: aanmelden bij de gemeente

Eenmaal uw partner in België is, moet hij of zij zich binnen 8 werkdagen aanmelden bij de gemeente. De gemeente komt controleren of uw partner echt op het opgegeven adres woont. Klopt alles? Dan krijgt uw partner een verblijfskaart die zes maanden geldig is.

Stap 5: trouwen binnen die zes maanden

Het huwelijk moet in principe plaatsvinden zolang die kaart geldig is. Lukt dat niet door iets buiten uw wil, bijvoorbeeld omdat de ambtenaar de trouwdatum uitstelt voor een onderzoek? Dan kan de kaart uitzonderlijk verlengd worden.

Zolang uw huwelijksprocedure officieel loopt bij de ambtenaar, bent u trouwens beschermd: u kunt in die periode niet gedwongen worden om het land te verlaten. Daarom is het belangrijk dat de ambtenaar u een ontvangstbewijs geeft wanneer de procedure start. Vraag daar dus uitdrukkelijk naar.

Stap 6: meteen gezinshereniging aanvragen

Dit is een veelgemaakte fout, dus let goed op. Meteen na het huwelijk, en nog vóór uw kaart van zes maanden vervalt, moet u gezinshereniging aanvragen bij de gemeente. Daarvoor hebt u enkel uw paspoort en uw huwelijksakte nodig, geen extra papieren. Hebt u dat op tijd gedaan? Dan krijgt uw partner meteen een nieuwe verblijfskaart:

  • Bent u een Belg? Dan krijgt uw partner een F-kaart, vijf jaar geldig.
  • Bent u een derdelander (geen Belg of EU-burger)? Dan hangt de geldigheid af van uw eigen kaart, met een maximum van één jaar.

Wat als u te laat bent en de kaart al vervallen is? Dan verblijft u even onwettig in het land, en dat maakt het ingewikkelder. Wacht dus niet.

Het C-visum: enkel voor partners van een EU-burger

Hier komt het verschil terug dat we in het begin noemden. Is uw partner getrouwd met een EU-burger (dus niet met een Belg die altijd in België woonde)? Dan bestaat er een snellere weg: een visum voor kort verblijf, het "C-visum", als "ander familielid" van een EU-burger.

Belangrijk: deze weg geldt niet voor een Belg die altijd in België heeft gewoond. Alleen voor EU-burgers uit een ander land.

Wanneer kan dat? Bijvoorbeeld als u een vaste, bewezen relatie heeft maar (nog) geen geregistreerd partnerschap, of als u wel geregistreerd bent maar niet aan een leeftijdsvoorwaarde voldoet. In de wet heet uw partner dan een "ander familielid". Met dat C-visum mag uw partner maximaal drie maanden in België blijven. U trouwt tijdens dat verblijf. Daarna kunt u gezinshereniging aanvragen of keert uw partner terug naar het herkomstland.

Komt uw partner uit een land waarvoor geen visum nodig is? Dan hoeft hij of zij niet eens een visum aan te vragen, en volstaat het om naar België te reizen, op voorwaarde dat u de vaste relatie kunt aantonen.

Weg 2: trouwen in het buitenland

Misschien kiest u ervoor om in het land van uw partner te trouwen. Ook dat kan, maar dan gelden de regels van dát land.

Welke documenten?

Het land waar u trouwt, bepaalt zelf welke papieren nodig zijn. Kijk dus altijd naar de regels ter plaatse. De buitenlandse overheid vertelt u wat u moet voorleggen.

Het attest van geen huwelijksbeletsel

Sommige landen vragen een bewijs dat er volgens het Belgisch recht niets in de weg staat om te trouwen. Dat heet een "attest van geen huwelijksbeletsel". U vraagt het aan bij het Belgisch consulaat in het land waar u gaat trouwen.

Het consulaat onderzoekt eerst of u echt aan alle voorwaarden voldoet. Daarbij kijken ze ook of er geen sprake is van een schijnhuwelijk. Een schijnhuwelijk is een huwelijk waarbij het minstens één van beide partners niet om een echt samenleven te doen is, maar enkel om een verblijfsvoordeel te krijgen. Blijkt dat het geval, dan krijgt u het attest niet.

Wat als er twijfel is?

Heeft het consulaat ernstige twijfels, of voldoet u niet aan de voorwaarden? Dan geven ze de zaak door aan het parket. Het parket heeft dan drie maanden de tijd, eventueel verlengd met twee maanden, om zich te verzetten.

  • Verzet het parket zich niet binnen die termijn? Dan moet u het attest krijgen.
  • Verzet het parket zich wel? Dan kunt u binnen één maand in beroep gaan bij de rechtbank van eerste aanleg.

Goed om te weten: heeft u het attest eenmaal gekregen en vraagt uw partner daarna gezinshereniging aan? Dan komt er normaal geen nieuw onderzoek naar uw huwelijk, tenzij er nieuwe feiten opduiken.

Samengevat: welke weg past bij u?

Uw situatieMogelijke weg
Belg, trouwen in BelgiëD-visum, daarna meteen gezinshereniging
EU-burger, trouwen in BelgiëD-visum, of C-visum als "ander familielid"
Trouwen in het buitenlandRegels van dat land, plus attest van geen huwelijksbeletsel

Welke weg het slimst is, hangt af van waar uw partner vandaan komt, of u Belg of EU-burger bent, en van uw persoonlijke situatie. Eén verkeerd getimede stap (zoals te laat gezinshereniging aanvragen) kan veel tijd en stress kosten.

Nog vragen?

Heeft u vragen, of heeft u hulp nodig bij uw situatie?

Neem contact op voor advies op maat.

Persoonlijk advies

Heeft u een vraag over uw situatie?

Doe de situatiecheck of plan een gesprek met onze advocaat.